4. FINANCI√čN

 4.1. Terrasbelastingen

Probleemstelling

Mooie en gezellige terrassen zijn een van de uithangborden van steden en gemeenten. Terrasreglementen zorgen bij de ondernemers voor heel wat misverstanden. Vaak is de regulering onduidelijk, onnoemelijk ingewikkeld en niet vlot te raadplegen. Daardoor zijn ook de tarieven die opgelegd worden onduidelijk voor de horecaondernemers. Zij kunnen soms niet op voorhand berekenen hoeveel het zetten van een terras hen zal kosten. Daarenboven zijn de tarieven vaak heel hoog en blijven de belastingen doorlopen, ook wanneer terrassen niet bereikbaar zijn door wegenwerken. Door de invoering van het rookverbod is het ook wenselijk om de terrassen langer te kunnen zetten dan gemeentebesturen op dit ogenblik soms toelaten. Tenslotte willen steden vaak een verregaande uniformiteit in de terrassen opleggen. Deze uniformiteit leidt soms tot disproportionele kosten/ investeringen voor de uitbater.

Beleidsvoorstellen

·         Een terrasreglement is eenvoudig, duidelijk en voorspelbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de gemeente. Terrassen moeten eventueel het ganse jaar door plaatsbaar zijn.

·         De belasting mag niet disproportioneel zijn.

·         Indien de gemeente uniformiteit wil opleggen wat betreft de terrasinfrastructuur, dan moet dit in nauw overleg met de betrokken horeca beslist worden, met zekere vrijheidsgraden en met aandacht voor een correcte prijs/kwaliteit-verhouding.

 

4.2. Toeristenbelasting

Probleemstelling

Een belasting op mensen die in logies overnachten in de gemeente noemt men een toeristenbelasting. De gemeente acht het in dat geval nodig dat deze toeristen een dermate gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en diensten, dat daar een belasting tegenover mag staan. Deze toeristenbelasting kan tot vele problemen leiden. In de eerste plaats is een zekere terughoudendheid aangewezen: die gemeenten waar de “druk” vanuit het toerisme beperkt is, onthouden zich best ook van toeristenbelasting.

Een eerste probleem stelt zich hier wanneer gemeenten een te hoge belasting opleggen. Een te hoge taks beïnvloedt de kamerprijs voor de toerist en leidt tot deloyale concurrentie met logiesverstrekkers uit naburige gemeenten.   Een tweede probleem stelt zich wanneer de wijze van belasten zo is dat de taks niet duidelijk aan de toerist kan doorgerekend worden. In dat geval belast men de logiesverstrekker en niet de toerist. Een derde mogelijk probleem is dat de taks niet geheven wordt per daadwerkelijke overnachting maar per aangeboden kamer. In dat geval blijft de taks even hoog, ongeacht de bezetting van het hotel. Opnieuw is dit dan een belasting van het hotel, en niet van de toerist. Tot slot is het van groot belang dat elk logiesaanbod op evenredige wijze getroffen wordt door deze belasting om alle deloyale concurrentie te vermijden. Ook Airbnb aanbod moet dus aan een eventuele toeristentaks onderworpen worden.

In sommige gemeenten vloeien de opbrengsten van de toeristenbelasting terug naar de toeristische promotie van de gemeente. Het beheer van de middelen gebeurt in samenwerking met de horecasector en dit op een duidelijke, transparante manier.

Beleidsvoorstellen

·         Gemeenten zijn best terughoudend in het installeren van een toeristenbelasting. Pas wanneer er aanwijsbare druk is van de toeristen op de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening, is een toeristenbelasting verdedigbaar.

·         Toeristenbelasting mag niet te hoog zijn, moet duidelijk doorrekenbaar en transparant zijn aan de toerist en mag alleen geheven worden op een daadwerkelijke overnachting. Elke logiesvorm moet evenredig belast worden.

·         De opbrengsten van de toeristenbelasting worden best in overleg met de sector geïnvesteerd in de toeristische promotie van de gemeente.

 

 

4.3. "Pestbelastingen”

Probleemstelling

Sommige belastingen doorstaan de tand des tijds maar verliezen hun relevantie. Andere bereiken de beoogde doelstelling niet. Dit soort belastingen dreigen “pestbelastingen” te worden en worden best afgeschaft.

De belasting op nachtvergunningen of openblijven na sluitingsuur is een taks om publieke inrichtingen de toelating te geven hun inrichting langer open te houden dan toegelaten in het politiereglement van de gemeente. Deze periodieke vergunning vormt een probleem omdat uitbaters vooraf niet altijd weten hoe de nacht zal verlopen. Bij een verkeerde inschatting loopt de uitbater of zijn winst mis of risico op een hoge boete. Dit systeem is niet meer van deze tijd en brengt bovendien een concurrentienadeel mee tegenover de “daghoreca”. Horeca Vlaanderen stelt dan ook voor om deze belasting op te heffen.

De belasting op drankslijterijen is eveneens een relict uit het verleden. Een slijterij is elke inrichting waar gegiste en/of geestrijke dranken worden aangeboden, verkocht of geleverd per hoeveelheden van zes liter of minder voor verbruik elders. Als tapperij wordt beschouwd elke inrichting waar ter plaatse te verbruiken gegiste en/of geestrijke dranken worden verkocht, uitgezonderd waar deze dranken enkel op of gedurende maaltijden worden geschonken. Horeca Vlaanderen vraagt dat deze belasting opgeheven wordt.

Beleidsvoorstellen

·         Ouderwetse belastingen zoals deze op nachtvergunningen of drankslijterijen worden best afgeschaft.

·         Horeca is de meest arbeidsintensieve sector in het land met de hoogste lasten op arbeid ter wereld. Het is al zeer moeilijk om een horecazaak rendabel te maken. Gemeenten weerhouden er zich beter van extra specifieke lasten op deze sector te leggen.

·         Een transparant en rechtszeker beleid vereist dat de gemeente op de website een eenvoudig terug te vinden overzicht geeft van alle lasten ten aanzien van ondernemingen.

 

4.4. Subsidies, premies en vergunningen

Probleemstelling

De dienst financiën van een gemeente moet niet alleen belastingen heffen, maar kan ook subsidies uitreiken. Aangezien lokale besturen een uitgebreide bevoegdheid hebben inzake financiële tegemoetkomingen, kunnen deze heel uiteenlopend zijn per stad of gemeente. Een greep uit de verschillende subsidies en premies:

  • Starterspremie
  • (gevel)renovatiepremie
  • Energiepremie
  • Premie toegankelijkheid handelszaken
  • Vestigingssubsidie
  • Verhuissubsidie
  • Subsidie innovatie handelszaken
  • Subsidie uniformiseren stad (vb: tussenkomen in kosten uniformiseren terrassen)

Een lokaal bestuur kan via subsidies en premies een sturend effect hebben op de lokale horeca. Dit gaat van algemene uitstraling en properheid van de stad tot onrechtstreekse subsidie door kwijtschelding van terrasbelasting bij tijdelijke onbereikbaarheid door wegenwerken.

Daarnaast reikt een gemeente ook heel wat vergunningen uit. Het verkrijgen van vergunningen voor oprichting, uitbreiding of aanpassing kan nog steeds heel lastig zijn. De aanvraagtermijnen zijn vaak lang en de eisen zijn streng.

Stel een deadline om aangevraagde subsidies en vergunningen binnen een bepaalde periode af te werken. De behandelingstermijn van dossiers zou op maximum dertig dagen gezet kunnen worden.

Beleidsvoorstellen

·         Steden kunnen horecabeleid mee vorm geven via subsidies. Ontwikkel dit beleid best in overleg met de lokale horeca.

·         Gemeentelijke diensten moeten ondernemers kunnen doorverwijzen naar de subsidiemogelijkheden van onder meer VLAIO en het Participatiefonds.

·         Ondernemers hebben nood aan correcte en snelle dienstverleners. Gemeenten zouden een maximale behandelingstermijn moeten hanteren voor de gemeentelijke vergunningen.